Book 1. Ich draeg in mynder herten Dese coxkens Den lustelycken mey Noit meerder last O wrede fortune, ghy / Tielman Susato Die gild is by der doot Janne moye, al claer / Lupus Hellinc My boel heet my Myns liefkens bruyn ooghen / Susato Eylaes, eylaes O wrede fortune, ghy / Jeronimus Vinders Myns liefkens bruyn / Swillart [= Carolus Souliaert?] In drucke moet ick Myn herteken Het clopten een vrouken Nieuwe almanack / Hellinc Och hoort toch ons bediet / Anto. Barbe Een meysken eens voerby Lecker Beetgen / Josquin Baston Ick, arm schaep aen Int midden van den meye / Susato Het was my van te / Geerhart [de Hondt] Een gilde heeft syn / Baston Ghepeys, ghepeys Hoe drucklic is dat herte Niet dan druck en lyden Och rat van aventueren / Vinders Diepe ghepeys / Susato.
(cont.): Book 2. Compt alle uut / Hellinc
Een gilde jent ; Naelde, naelde / Baston
Een Venus schoon / Clemens non Papa
Een meysken was vroech / Baston
Ick truere en ick ben / Carolus Soulaert
Peynsen en trueren / Susato
Myn boel heet my cleker bille
Ghy syt die wertste / Vergonet [= Johannes Ghiselin]
Schoen lief, ick moet u groeten
Een Venus dierken / Benedictus [Appenzeller]
Schoen lief, wat macht u baten
O wrede fortune, wat hebdy
Lyden en verdraghen ; Verhuecht u nu / Baston
O tyt zeer lustich / Susato
Een costerken op syn / Souliart
Het soude een knechtken ; Wilt doch met maten drincken ; Ick ginck gisteravent / Souliaert
Noch weet ick een schoen / Nicolas liegoes [Champion]